Essay Bart Krieger

de Wedergeboorte
van Moeder Aarde
essay curator Bart Krieger

Troki (voorzanger):  Aisa fa dot'e, Goron-winti fa doti

Luku Mama di wi kon, Wi no k'a'y tapu nanga tranga

Ma wi poti begi na'oso bifo wi kwa y'o

Piki (antwoord koor):  Na y'o, na y'o we begi'o

Goron-Mama hori baka gi we

Troki:  Ala Mama na Mama, en ala pikin na pikin

Tye ma luku di wi kon, Wi no k'a'y tapu nanga tranga

Ma wi poti begi na'oso bifo wi kwa y'o

Piki:  Na y'o, na y'o we begi'o. Goron-Mama hori baka gi we

Met dit openingslied konden de tot slaaf gemaakte mensen afkomstig uit West-Afrika in contact komen met Mama Aisa ofwel Moeder Aarde, de hoofdgodin binnen de winti. Winti is ten tijde van de transatlantische slavernij in 'Nederlands Guyana’ (het tegenwoordige Suriname) op unieke wijze ontwikkeld in de schaduw van de uitputtende slavenarbeid op de plantages. In deze natuurreligie is alles bezield.

Zo zijn er water-, bos-, lucht- en aarde-winti's. Ontheemd, ontvoerd en onderdrukt, wendden de tot slaaf gemaakten zich met dans, zang en gebed tot Mama Aisa. Zij vonden hier troost, zalving, hoop, liefde, bescherming en de kracht om te overleven. Misschien nog wel het belangrijkste het creëerde de connectie met het moederland Afrika en de voorouders.

De Nederlandse plantagehouders stonden zo nu en dan een ‘winti-prey’ (een dienst) toe omdat ze wisten dat dat verzet en opstanden tegen ging. Na afschaffing van de slavernij veranderde de opstelling van de Nederlanders. De kolonisator wilde geen afgoderij in Suriname hebben, niet in woord of in beeld, en de vrijgekomen 'heidenen' moesten gekerstend worden. In 1873 werd er zelfs een winti-verbod ingesteld:

''Hij die afgoderij pleegt wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste honderd gulden.''

De noodzaak om in contact te blijven met de voorouders was echter zo groot dat het verbod de beoefening van winti niet kon tegenhouden. Dit moet gezien worden als een vorm van verzet, net zoals het weglopen van de plantages dat was.

Winti kent geen rijke beeldtraditie zoals de aanverwante Afro-Amerikaanse religies Santeria (Cuba) en de Candomblé (Brazilië). In deze landen voerde het katholicisme de boventoon met hun uitbundig gedecoreerde kerken en een keur aan heiligenbeelden. Ook hier werd de zwarte bevolking dwangmatig bekeerd tot het Christendom. Zij slaagden er daar echter in om hun Afrikaanse goden en geesten te 'fuseren'' met de Christelijke heiligen. Ze bleven dus stiekem hun eigen goden eren, in ogenschijnlijk traditionele Westerse katholieke diensten.

In Suriname is dit anders gegaan. Dit heeft alles te maken met het sobere en strenge Calvinisme van de Nederlandse kolonisator, waarbij het afbeelden van het hogere niet wenselijk was omdat dit verafgoding in de hand zou werken: ''Het woord boven het beeld''.

Het verbod op winti is pas in1971 opgeheven, slechts 50 jaar geleden! Het is tijd deze religie in ere te herstellen en te ontdoen van het stigma van afgoderij of bijgeloof.

Wintipriesteres Marian Markelo liep al een tijdje rond met het idee om een 'Renaissance' van de winti te bewerkstelligen door de sculpturale, West-Afrikaanse beeldtradities terug te halen en een plek te geven binnen de winti. Het was dan ook zeker geen toeval dat Marian Markelo en kunstenaar Boris van Berkum elkaar in 2011 tegen het lijf liepen. Het tweetal ging direct aan de slag met hun plannen, waarbij Markelo zorgde voor de 'bezieling' en Van Berkum voor het sculpturale. Gezamenlijk kwamen zij tot een aantal artistiek inhoudelijke concepten die Van Berkum uitwerkte in een aantal kunstwerken.

Zij trokken jarenlang met elkaar op, namen deel aan winti-preys en bezochten musea in Nederland, de Caribische regio en in West-Afrika. In feite is dit te zien als een pelgrimage die zij ondernamen namens de Afro-Surinaamse diaspora. In West- Afrika herontdekten ze de rijke beeldcultuur van de verschillende Afrikaanse volkeren, waar de voorouders van de Afro-Surinamers vanaf stammen zoals de Vodun-  en Yoruba cultuur die vandaag de dag nog steeds te vinden is in Ghana, Togo en Benin. Ze moesten terug naar het begin, op zoek naar herstel van de sculpturale tradities van de winti-filosofie die daar op verschillende plekken zijn oorsprong heeft.

Met name het Aban-bijgebouw van het paleis van de koning van de Ashanti (Kumasi, Ghana) sprak tot de verbeelding. Dit 19de eeuwse 'museum' avant le lettre  toonde de mooiste kunstschatten van alle volkeren die Afrika rijk is.

Van Berkum: ''Deze goed gevulde schatkamer, met gouden raamkozijnen en ivoren pilaren, zat vol boeken in diverse talen, schilderijen, verfijnde muziekinstrumenten, beeldhouwwerken, maskers en andere religieuze voorwerpen. In Afrika werd ook het idee geboren om een nieuw masker te ontwikkelen om te gebruiken tijdens winti-rituelen ter verering van de voorouders.''

Het kostte Van Berkum en Markelo, maar liefst drie jaar om het Kabra-masker te ontwikkelen. Het Kabra-masker beleefde haar première tijdens de nationale herdenking op 1 juli 2013, waarbij onder anderen koning Willem-Alexander, koningin Maxima en toenmalig burgemeester Eberhard van der Laan aanwezig waren. In dat jaar was de officieuze afschaffing van de slavernij 150 jaar oud. Inmiddels is dit nieuw ontwikkelde winti-icoon, het Kabra masker, niet meer weg te denken uit de traditionele Memre Waka. De Memre Waka is de herinneringstocht vanaf het Amsterdam Museum naar de ambtswoning van de burgemeester op de Herengracht.

Het masker wordt tevens gebruikt in dansrituelen op de jaarlijkse Kabra Neti (voorouderviering) in de Muiderkerk Amsterdam en het plengoffer waarmee Marian Markelo jaarlijks de nationale herdenking opent ter ere van de afschaffing van de slavernij. In deze rituele inzegening wordt eerst Mama Aisa geëerd en omdat niet veel mensen bekend zijn met deze moedergodin legt Markelo altijd als onderdeel van het plengoffer het volgende uit:

Marian Markelo:
“het kabra masker symboliseert de miljoenen voorouders die onvrijwillig van hun geboortegrond werden weggeroofd.”

''Mama Aisa is de oermoeder, de moeder der moeders, de moeder der vaders. Zij is moeder aarde. Godin van alle flora & fauna, godin van het leven en de dood.

Mama Aisa is de beschermvrouw van de kunsten, de geneeskunst & de handel. Onvoorwaardelijke liefde, compassie & wijsheid zijn haar eigenschappen. Mama Aisa staat voor inclusiviteit.

Mama Aisa is als hoofd van de Gron-winti (de aarde-goden) één van de belangrijkste godinnen in het winti pantheon.''

Het kon niet anders dan dat de sculpturale wedergeboorte van Mama Aisa de volgende uitdaging was die Van Berkum en Markelo samen aangingen. Dit resulteerde in een altaarbeeld voor mensen die thuis hun geloof of winti-filosofie willen vormgeven.

Hiernaast hadden zij de ambitie om een standbeeld van Mama Aisa in de publiek ruimte te plaatsen. Om zo de winti toe te voegen aan het collectieve geheugen van Nederland en het archetype Moedergodin te (re-)activeren.

We hebben het hier dus enerzijds over gemeenschappelijk erfgoed van Nederland, West-Afrika en Suriname. Want vergis je niet zonder inmenging van Nederland was Mama Aisa nooit 'geboren' in Suriname. Lees: ken je slavernijgeschiedenis! En anderzijds over het rechtzetten van de eeuwenlange verkettering van het oorspronkelijke geloof en levensfilosofie van de Afro-Surinamers. Ook binnen de Surinaamse gemeenschap werd winti als iets verwerpelijks gezien dat men associeerde met de laagste sociale klasse.

Van Berkum koos bij het maken van het pronkbeeld Mama Aisa voor een archaïsche uitstraling. Als een ware oermoeder zetelt zij op een troon, net zoals bijvoorbeeld Isis, de moedergodin van het oude Egypte. Dit staat in schril contrast met de afbeeldingen die we kennen van Creoolse vrouwen die destijds altijd klaar 'stonden' voor hun meester op de plantages en in de stad. Zitten was er voor hen niet bij!

De 'troon' waarop Maisa zit is verborgen onder een batik-doek, maar dit is natuurlijk de djarusu sturu, een pronkstoel waar alleen de godin op mag zitten en die traditioneel in winti-rituelen als altaar dient.

Markelo en Van Berkum breken dus met de koloniale beeldtraditie van de Afro Surinaamse vrouw in de kunst. Omdat Mama Aisa vanuit een zwart perspectief is ontwikkeld, krijgt zij als vertegenwoordiger van alle Surinaamse vrouwen iets heel nobels. Ze is in een koto gekleed, haar handen rusten met de palmen naar boven op haar schoot, haar voeten zijn bloot om stevig gegrond te zijn in haar element; de aarde.

Haar handen zijn open, verwelkomend en klaar om je te geven waar je haar om vraagt. Het geheel symboliseert de 'Circle of life'. Want we worden door Mama Aisa op aarde gezet, na onze dood keren we terug in haar schoot. En het is ook de moederschoot waar wij tijdens ons gehele aardse leven geborgenheid vinden.

Het beeld is doorspekt met verwijzingen naar zwarte-beeldtradities en het kolonialisme. Zo zijn in haar koto naast batik patronen uit 'de Oost', ook het in West Afrika populaire Vlisco patroon 'Fleurs de Mariage' te ontdekken. Op haar borst prijkt een begrafenismasker naar een voorbeeld uit de collectie van het Wereldmuseum Rotterdam (Punu-volk, uit het huidige Gabon). Haar hoofddoek is op een eenvoudige, maar moderne Miss De Neef wijze gebonden om de toegankelijkheid van Mama Aisa te onderstrepen. Je kunt bij haar terecht voor raad, hoop of kracht, als was het je eigen moeder.

Gaandeweg groeide het idee om een reizende 'Aban-tentoonstelling' te maken, waarin het Kabra-masker en het beeld van Mama Aisa een eervolle plek krijgen. Op deze manier restaureren de initiatiefnemers stapje voor stapje de beeldcultuur van de Afro-Surinaamse winti met als doel een stevigere verbondenheid van de gemeenschap met deze levensfilosofie, een nauwere verbinding met de voorouders en heling binnen de Afro-Surinamers bevolking. Men kampt vandaag de dag namelijk nog met de nasleep van de slavernij in de vorm van bijvoorbeeld colorisme, raciale allergieën en ingeslikte zelfhaat.

Ondanks dat Mama Aisa maar twee borsten heeft, is zij ieders moeder. Dus ook die van jou! Wat zo mooi beschreven is in het volgende rituele slotlied:

Troki+Piki: Wanaisa, Wanaisa, Wanaisa, Wanaisa 2x

Tu bobi nomo yu habi, someni pikin yu sorgu

mofo no de nofo fu taki yu tangi

Voorzanger + koor: Wanaisa, Wanaisa, Wanaisa, Wanaisa 2x

Al heeft u maar twee borsten, u verzorgt ons allemaal.

woorden schieten tekort om u te bedanken.

Bronnen geschreven, transgenerationele boskopus en anderszins

Orale overdracht:

1.     Gesprekken met wintipriesteres Marian Markelo en kunstenaar Boris van Berkum.

2.     Overlevering van mijn Creoolse vader Eddy Willem Krieger. Hij was een storyteller 'avant la lettre' en kon op familiebijeenkomsten het publiek boeien met schurende verhalen en anekdotes over de slavernij en 'colorisme'.

Audiovisueel:

1.     2021, Keti koti toer Surinaamse School met wintipriesteres Marian Markelo

https://www.youtube.com/watch?v=GlTvyqXZeyg

2.     2020/2021 Podcast serie ‘Surinaamse School ontwikkeld door Vinny Tailor en Shay Kreuger: De kunstgeschiedenisles die je nooit hebt gehad’. In drie afleveringen vertellen presentator Shay Kreuger en enkele tentoonstellingsmakers, kunstenaars en andere betrokkenen over de geschiedenis van de Surinaamse kunstscene. Luister via Spotify of de website van het Stedelijk Museum Amsterdam.

Literatuur:

1.     2016, 'White Innocence, Paradoxes of  Colonialism and Race', Duke University Press, Gloria Wekker.

2.     2020, 'Winti Academia - Grondslagen en verdieping bij je Afro spirituele transformatie', Kenneth Vers Babel.

3.     1975 'Winti: Een Afroamerikaanse godsdienst in Suriname
een cultureel-historische analyse van de religieuze verschijnselen in de Para', Uitgeverij Dubois, Charles J. Wooding.

Volgende
Volgende

Mamaisa het Dolhuys